DIENSTENCENTRUM PEER

Peer

Dienstencentrum Peer 
2018 - heden

Grond oppervlakte: 450 m²

Gebouwde oppervlakte: 915 m²

Budget: 1.750.000,00 € excl. BTW

Klant: OCMW Peer

Het ontwerpen van het nieuwe dienstencentrum vormde een heel specifieke opgave in een zeer unieke setting. De herbestemming van een oud kloostergebouw, ingebed in een grootschalig stedelijk ontwikkelingsgebied en dit in het midden van een reeds verstedelijkte stadskern. Het oude klooster wordt grondig verbouwd en uitgebreid tot het dienstencentrum ‘De Schommel’ voor OCMW Peer. Centraal hierbij staat de visie van ‘een open huis, waar iedereen zich welkom voelt, met extra aandacht voor mensen die het moeilijker hebben in de samenleving’. Deze visie werd dan ook vertaald in het concept en het gebruik van de architectuur. Dit door enerzijds een gebouw te ontwerpen dat zich opent naar zijn omgeving en naar zijn mogelijke bezoekers. Deze openheid dient echter plaats te vinden op zo een manier dat men toch op een ingetogen manier toegang kan vinden tot het gebouw en tot eventuele hulpverlening. We vinden het belangrijk dat mogelijke drempels steeds zo klein mogelijk gehouden worden.

 

Het bijna iconische klooster vormde dan ook het vertrekpunt van onze visie voor het dienstencentrum. Naast zijn prominente ligging in het masterplan heeft het klooster een heel sterk en herkenbaar volume. Samen met enkele historische waardevolle elementen (de oostgevel, de houten spantstructuur, de typische kloosteropbouw, … ) spelen we in op het wederopbouwen van deze karakteristieke volumetrie. 

 

Het bestaande volume van het klooster wordt geaccentueerd door het binnenvolume als het waren te verschuiven ten opzichte van de buitenschil. Het voormalige gesloten karakter van het klooster krijgt plots een heel nieuwe en hedendaagse wending. De geslotenheid maakt plaats voor een speling tussen open-gesloten. Aan de ene zijde, de 'toevoeging', worden de gesloten binnenruimtes van het klooster open getrokken en is er plaats voor transparantie. De open gevel die gecreëerd wordt staat symbool voor de ‘open huis’ filosofie.  Aan de andere zijde wordt het binnenvolume weggeduwd en krijgen we de vorming van een ‘publieke leegte’. Een publieke, open ruimte waarbij alle elementen van het historisch erfgoed zichtbaar zijn tot op de houten spantenconstructie van het dak. Het afgesloten klooster krijgt hier plots een heel ingetogen, overdekte toegang. Binnenin het klooster, aansluitend op de zijde van het park. Een plek die symbool staat voor de laagdrempeligheid. 

Een secundair volume werd toegevoegd aan het project. Belangrijk hierbij is dat het volume duidelijk ondergeschikt wordt opgesteld ten opzichte van het kloostergebouw. De toevoeging van die tweede entiteit gebeurt dan ook op een heel eenvoudige manier. Een strak volume wordt als het ware in het bestaande klooster geschoven. Daar waar beide volumes elkaar kruisen ontstaat er een gemeenschappelijk punt: de eerder benoemde ‘publieke leegte’. Deze ruimte wordt zo opgeladen als een draaischijf van het gebouw: ze vormt niet enkel een ingetogen doorsteek naar de omarmde binnentuin, maar kan zo eveneens de toegang vormen tot alle verschillende diensten van het dienstencentrum. Door het volume ondergeschikt te maken aan het klooster en door het openwerken van deze hoek waar beide volumes elkaar raken, blijft de zichtas met de kerk intact. Er ontstaat een heel duidelijke link tussen twee ankerpunten in de stad, een sterke leidraad bij het bewegen doorheen het stedelijk weefsel van Peer.

 

Door de afbraak van de omgevende schoolgebouwen, was het voormalige klooster zijn structuur kwijt. De karaktervolle centrale kloostertuin verdween samen met de teloorgang van de gebouwen. Ook hier gingen we opnieuw op zoek naar een evenwicht tussen open en gesloten. Door de toevoeging van een kloostergang rond deze binnentuin wordt het binnenhof opnieuw ruimtelijk afgebakend als hart van het dienstencentrum. Op deze manier ontstaat er eveneens een functionele en overdekte verbindingsgang met het zorghotel, waardoor de wisselwerking tussen het hotel en het dienstencentrum zo optimaal mogelijk ingezet wordt. Ondanks het intiemer karakter van de binnentuin, stelt de rondgang zich open naar de omgeving. De publieke leegte van de binnentuin een draaischijf in deze rondgang door het verdelen van alle bewegingsstromen.

 

Deze open-gesloten relatie, maar ook de grote maatschappelijke rol van het klooster (zoals ten tijden van de Zusters van Maria) wordt ook in zijn herbestemming tot Dienstencentrum naar boven gebracht en versterkt. Zodat het klooster een nieuwe rol opneemt binnen de huidige maatschappelijke context. Het dienstencentrum kan hierbij een plek zijn waar de mensen zich kunnen ‘terug trekken’, om even te ontsnappen aan de drukte van de samenleving. Maar ook een plek die zich hierbij open stelt en eenvoudig toegankelijk is. Deze dualiteit vormt een sterk aanwezig pijler in het project.